Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


rijden:` rij - den
(reed, h. en is gereden)

1
voortbewegen op een dier, fiets, auto, schaatsen enz.;
hij kan rijden en omzien
hij is een handige, flinke vent;
op de tong rijden
over de tong gaan, veel besproken of belasterd worden; zie ook bij
wiel (bet 1) ;

2
berijdbaar zijn: die weg rijdt goed ;

3
onrustig heen en weer bewegen: een schip rijdt soms als het voor anker ligt ; zit niet zo te rijden op je stoel ;
`m rijden
bang zijn;
Zuid-Nederlands :
de vliegen rijden over de tafel
kruipen over de tafel;

4
met schokkende bewegingen tegen iets of iem. aan bewegen: die hond zit de hele tijd tegen mij aan te rijden ; bij uitbreiding geslachtsgemeenschap hebben;

5
Zuid-Nederlands rondslingeren: hij laat zijn kleren overal rijden ; vgl : rijdend
rijden:bollen, chaufferen, besturen, mennen, voeren


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.