| aandoen: | ` aan - doen (deed aan, h. aangedaan) aantrekken, omdoen: een jas aandoen ; bezorgen, toebrengen: iem. schande aandoen ; een bepaalde indruk of stemming maken: modern aandoen, onaangenaam aandoen ; treffen, ontroeren: hij was aangedaan door zoveel hulde ; even bezoeken: een tussenhaven aandoen ; aansteken: de lamp aandoen ; aantasten |
| aandoen: | aanschieten, aantrekken, omdoen, omhangen, omslaan, omwikkelen aanrichten, berokkenen, bezorgen, toebrengen, veroorzaken aangrijpen, beroeren, emotioneren, ontroeren, raken, roeren, toucheren, treffen, vertederen aansteken bezoeken |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.