| aankomen: | ` aan - ko - men (kwam aan, is aangekomen) 1 op de plaats van bestemming komen; te Gent aankomen ;2 neerkomen, treffen: de klap kwam hard aan ;3 aanraken: niet aankomen! ;4 verkrijgen: er is geen aankomen aan ;5 even op bezoek komen: kom eens aan, als je in de buurt bent ;6 naderen: ik zie ze in de verte aankomen ;het zien aankomen voorzien wat er zal gebeuren; ze zien me al aankomen ze zullen zeker niet bereid zijn te doen wat ik van ze verlang; 7 voor de dag komen: met leugens, smoesjes aankomen ;daar hoef je bij mij niet mee aan te komen a) daar wil ik geen bemoeienis mee hebben; b) dat weiger ik te geloven; 8 in een bepaalde kring of betrekking komen:op de universiteit aankomen beginnen te studeren; 9 aankomen opafhangen van, berusten op: bij deze reparatie komt het op grote precisie aan ; het komt er niet op aan het doet er niet toe; het er niet op aan laten komen ingrijpen; 10 in gewicht of gezondheid toenemen: ik ben drie kilo aangekomen ;11 ontstaan, beginnen: hoe is de ruzie aangekomen? |
| aankomen: | arriveren, komen, naderen aanlopen, aanwippen, binnenkomen gedijen, groeien, tieren inslaan, neerkomen, treffen beginnen, ontstaan |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.