| aannemen: | ` aan - ne - men (nam aan, h. aangenomen) 1 in ontvangst nemen, uit handen overnemen: een geschenk, een boodschap aannemen ;de telefoon aannemen de telefoon opnemen en zich melden zonder dat het binnenkomende gesprek voor de opnemende persoon bestemd is: dat weet ik niet, ik neem hier alleen maar de telefoon aan ; 2 aanvaarden: een aanbod, uitnodiging aannemen ;3 zich met meerderheid van stemmen akkoord verklaren met: een wetsvoorstel aannemen ;4 veronderstellen: ik neem aan dat hij de waarheid sprak ;5 geloven: u moet van mij aannemen dat deze gegevens juist zijn ;iets voor waar aannemen als waar erkennen; zie ook bij 1 munt ; 6 zich gaan houden aan; gaan handelen in overeenstemming met: een gedragslijn, criterium aannemen ; iets als regel aannemen ;7 werk tegen opgegeven prijs aanvaarden te maken: aangenomen werk ;8 bestelling opnemen in een café: aannemen! ;9 als employé aanstellen: personeel aannemen ;10 als lid van een vereniging, leerling van een school e.d. opnemen; protestants als lidmaat van de kerk opnemen; rooms-katholiek de eerste communie laten doen;11 als kind in het gezin opnemen;12 gaan dragen: een naam aannemen, rouw aannemen ;13 gaan aanhangen: een ander geloof aannemen ;14 gaan vertonen: een andere kleur, vorm, hoedanigheid aannemen ;15 zich aanmatigen: een air aannemen ;16 op zich nemen: aannemen voor iem. te zorgen ;17 zich liefdevol ontfermen over: dat God ons moge aannemen ;iem. in genade aannemen vergiffenis schenken |
| aannemen: | geloven, opmaken, supponeren, veronderstellen adopteren aanvaarden, accepteren, goedkeuren, toelaten ontvangen, overnemen benoemen, engageren, tewerkstellen, werven |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.