Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


aansluiten:` aan - slui - ten
(sloot aan, 1-3 onovergankelijk , 4 overgankelijk h. aangesloten)

1
zonder tussenruimte met elkaar verbonden zijn, dadelijk op elkaar volgen: het voor- en achterpand van deze jas sluiten niet mooi aan ; deze weg sluit aan op de snelweg ;
de treinen (bussen, trams &) sluiten goed aan
de aankomst- en vertrektijden zijn zodanig op elkaar afgestemd dat men zonder (veel) tijdverlies van de ene trein (bus, tram e.d.) op de andere kan overstappen;

2
nauw met elkaar verbonden zijn, in elkaar overvloeien: jouw plannen sluiten precies aan bij de mijne ; de lesprogramma`s sluiten niet op elkaar aan ;

3
dichter op elkaar gaan staan: kunt u nog een stukje aansluiten? ;

4
een verbinding tot stand brengen: een radio op het lichtnet aansluiten ;
een telefoon aansluiten
verbinden met het telefoonnet;

5
wederkerend :
zich aansluiten bij
a) zich voegen bij: ik sluit mij bij de demonstratie aan ; b) lid worden van, toetreden tot: ik heb me bij de vakbond aangesloten ; c) instemming betuigen met: ik sluit me bij de vorige spreker aan
aansluiten:Het op elkaar aansluiten van bijv. landkaarten van aangrenzende gebieden. (PH/PTIH)
aansluiten:koppelen van een toestel of machine aan een (andere) machine, configuratie of netwerk
aansluiten:aaneenkoppelen, aaneenschakelen, aaneensluiten, aaneenvoegen, binden, koppelen, liëren, samenknopen, samenvoegen, verbinden, verenigen


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.