| aanspannen: | ` aan - span - nen (spande aan, h. aangespannen) 1 voor een voertuig spannen (van trekdieren ): de paarden aanspannen ;2 aan een trekdier vastmaken: de wagen aanspannen ;3 strakker spannen: de snaren aanspannen ;4 aanhangig maken: een geding aanspannen ;5 Zuid-Nederlands :met iem. aanspannen samenspannen, regelmatig omgaan met iem. |
| aanspannen: | het monteren door de operateur van een magneetband in een magneetbandeenheid, inclusief het leiden van de band door en langs de geleide-en opwindspoel |
| aanspannen: | spannen, voorspannen optuigen aanhangig maken samenspannen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.