| aanzien: | ` aan - zien I (zag aan, h. aangezien) zien naar; beschouwen: aanzien doet gedenken door het zien van iem. of iets worden herinneringen opgewekt; iets niet kunnen aanzien iets onduldbaar of ontoelaatbaar achten; het is niet om aan te zien de aanblik is onverdraaglijk; iets met lede ogen aanzien zie bij 1 leed (II) ; iem. aanzien op iets iem. verdenken van iets; iem. voor een ander aanzien menen dat iem. een andere persoon is; iem. niet voor vol aanzien beschouwen als iem. met wie geen rekening hoeft te worden gehouden; waar zie je me voor aan? door iem. gezegd als een ander een onjuiste indruk of verwachting van hem blijkt te hebben; het is hem aan te zien dat... uit zijn uiterlijk kun je afleiden dat...; je ziet hem zijn leeftijd niet aan hij is ouder dan je naar zijn uiterlijk zou denken; naar het zich laat aanzien zoals waarschijnlijk is; het nog eens aanzien het nog eens overwegen, nog niet erover beslissen; II (aanzag, h. aanzien) Zuid-Nederlands : iem. (iets) aanzien voor (als) (ten onrechte) beschouwen als, aanmerken als, houden voor: voor wat aanziet ge eigenlijk deze dame? ; III het -woord 1 voorkomen: het aanzien hebben van een welgesteld burger ; dat geeft de zaak een ander aanzien ;iem. van aanzien kennen alleen van gezicht, niet persoonlijk; zonder aanzien des persoons zonder te letten op stand, familie enz.; voor allen gelijk; 2 achting: hoog in aanzien staan bij ; een man van aanzien ;3 te dien aanziendaarover; ten aanzien van... wat betreft... |
| aanzien: | achtbaarheid, achting, égard, betekenis, gewicht, glans, grootheid, hoogheid, luister aanblik, uitzicht, voorkomen aankijken, bekijken, beschouwen, bezien |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.