| aardappel: | aard - ap - pel [` aardap-] de -woord (mannelijk) aardappels, aardappelen 1 plantensoort (Solanum tuberosum ) uit de familie der nachtschaden;2 algemeen bekende eetbare knol van deze plant: aardappels schillen, koken, bakken, poffen ;met een hete aardappel in de keel praten geaffecteerd praten, waarbij het stemgeluid diep uit de keel komt; de aardappels afgieten het water waarin de aardappels zijn gekookt weg laten lopen; figuurlijk , informeel urineren; een mens is geen aardappel een mens wil wel eens een verzetje |
| aardappel: | Eetbare knol van de Solanum tuberosum uit het grote geslacht van de Nachtschade familie. |
| aardappel: | pieper, patat |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.