| aardig: | ` aar - dig bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 prettig in de omgang, vriendelijk, lief: een aardig kind ;2 aangenaam, plezierig: een aardig uitstapje ; een aardige film ;3 aanzienlijk: een aardig bedrag ;4 tamelijk goed: hij voetbalt wel aardig ;5 Zuid-Nederlands eigenaardig, zonderling: daar trekt aardig volk door de Kempen ;een aardige een zonderling, iem. met een moeilijk karakter; in zijnen aardige zijn uit zijn humeur, slecht geluimd zijn; 6 Zuid-Nederlands onpasselijk, duizelig: ik voel me ineens zo aardig |
| aardig: | 1 aangenaam in omgang, vriendelijk, sympathiek
2 flink, behoorlijk |
| aardig: | fideel, koket, beminnelijk, innemend, vriendelijk leuk, geestig, grappig nogal, tamelijk, aanzienlijk, behoorlijk, drommels, flink plaisant, prettig, aangenaam, leuk, plezant, plezierig |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.