| actief: | ac` tief («Frans«Latijn) I bijvoeglijk naamwoord 1 werkzaam (in verschillende opvattingen), bedrijvig;actieve dienst feitelijke, werkelijke dienst; actieve handel uitvoerhandel; actieve immuniteit immuniteit die door het lichaam zelf wordt opgebouwd na contact met ziekteverwekkende organismen of lichaamsvreemde stoffen; actief kiesrecht het recht om te kiezen, aan een stemming deel te nemen; actieve kool verzamelnaam voor een groep preparaten die voornamelijk uit koolstof bestaan en die veel gas, kleurstof e.d. kunnen opnemen; actieve schuld uitstaande schuld; 2 levendig: de beurs was zeer actief ;actieve fondsen fondsen waarin veel wordt omgezet; 3 taalkunde :een actieve zin een zin in de bedrijvende vorm; 4 een taal actief beheersen in die taal kunnen spreken en schrijven; II het -woord 1 zie bij activa ;2 Zuid-Nederlands :iets op zijn actief hebben (een prestatie e.d.) op zijn naam hebben staan, ook (activiteiten) op zijn programma hebben staan; iets op zijn actief brengen op zijn naam brengen |
| actief: | werkzaam |
| actief: | aan de gebruikerszijde van de interface(U10)(aan de netwerkzijde N10):toestand die bestaat voor een inkomende oproep wanneer de gebruiker de bevestiging ontvangen heeft van het netwerk dat de oproep aan de gebruiker is toegewezen(het netwerk de oproep aan de opgeroepen gebruiker heeft toegewezen).Deze toestand bestaat voor een uitgaande oproep wanneer de gebruiker de melding ontvangen heeft(het netwerk gemeld heeft)dat de gebruiker op afstand de oproep beantwoord heeft |
| actief: | Zij die daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelnemen en voor de geleverde arbeidsprestatie een geldelijke beloning krijgen(Intermediair). |
| actief: | bedrijvend, bedrijvig, bezig, werkzaam, energiek, ijverig |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.