Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


af:
bijwoord


1
(zie ook bet 6a en 6b) de schepen voeren af en aan ; ga van mijn stoel af ;
hoeveel moet er af?
hoeveel moet ik eraf halen?; zegswijze:
dat kan er niet af
dat kunnen we niet betalen;
:
Hamlet af
verlaat het toneel; bevel tegen honden:
af!
hou op;

2
(zie ook bet 6a en 6b) het dorp ligt een kwartier van de spoorweg af ; figuurlijk gescheiden, bevrijd zijn van: hij is van zijn vrouw (van de drank) af ;

3
hij kwam de trap af ; hij liep trap op trap af ;
zij zakten de rivier af
stroomafwaarts;

4
in de uitdrukking
af en toe
soms;

5

ik ga er meteen op af
iets ondernemen;
op de man af
ronduit;
de vliegen kwamen op de lucht af
werden aangelokt door;
ik ga op het rijtje af ;
6a (zie ook bet 1 en 2)
van hier af moet je lopen
vanuit dit punt;
van dit ogenblik af ;
van kindsbeen af
al sinds de kindertijd;
6b (zie ook bet 1 en 2)
van jongs af aan
onafgebroken sinds iemands vroegste jaren;
van nu af aan
voortaan;
van voren af aan
opnieuw;

7

hij is bakker af
hij is geen bakker meer;
hij is goed (slecht) af
hij heeft het goed (slecht) getroffen;

8
voltooid: het werk is af ; de kous is af ;

9

bij de beesten af
heel grof;
op de minuut af
precies op tijd;
op het gevaar af voor een dwaas versleten te worden
het risico lopend;
zijn verhaal was bij het langdradige af
af:gereed, klaar, gedaan, uit, voltooid


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.