| afbreken: | ` af - bre - ken (brak af, 1-5 overgankelijk h., 6-7 onovergankelijk is afgebroken) 1 door breken van iets af doen gaan: een tak afbreken ;2 een bouwsel, constructie tenietdoen door het weer tot zijn samenstellende (onder)delen terug te brengen: een huis afbreken ;3 chemie samengestelde verbindingen ontleden in stoffen van eenvoudiger samenstelling;4 ernstige kritiek uiten op iem. of iets: een cabaretier, een toneelvoorstelling afbreken ;afbrekende kritiek kritiek waarbij uitsluitend de negatieve aspecten van iets worden benadrukt; 5 vóór het einde ophouden met: een gesprek afbreken ;een woord afbreken tussen twee lettergrepen in tweeën delen; schaken , dammen : een partij afbreken voorlopig beëindigen om op een later tijdstip verder te spelen; 6 door breken zich scheiden van het overblijvende gedeelte: mijn tand is afgebroken ;7 chemie zich splitsen in stoffen van eenvoudiger samenstelling (van samengestelde verbindingen); vgl : afbraak, bet 3 |
| afbreken: | 1)Biologisch:voortijdig bevallen van een onvoldragen vrucht(Risico bij rampen);2)Administratief:een project vóór beëindiging afbreken;3)Brandbestrijding:uitgooien van een brandvertragend middel of een lading bluswater door een blusvliegtuig;4)Luchtvaart:een gelanceerde raket of een gelanceerd ruimtevaartuig opgeven of vernietigen |
| afbreken: | De telemicrofoon op de haak leggen en daarmee de verbinding verbreken. (PH/PTIH) |
| afbreken: | directory-bewerking die een aanvraag beëindigt.Deze bewerking is niet gegarandeerd buiten het lokale bereik |
| afbreken: | breken, verbreken stoppen, onderbreken, staken slechten, slopen, vernielen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.