| afdrogen: | ` af - dro - gen (droogde af, h. afgedroogd) 1 droog maken: de vaat afdrogen , een kind afdrogen na het wassen ;2 figuurlijk een pak slaag geven, afranselen: iem. afdrogen ;3 ruimschoots verslaan, een flinke nederlaag toebrengen: de kampioen droogde de plaatselijke club behoorlijk af |
| afdrogen: | droogmaken, vegen afranselen inmaken |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.