| afgeven: | ` af - ge - ven (gaf af, h. afgegeven) 1 geven, overhandigen; afstaan; (van een kleur) vlekken nalaten;op iem. afgeven kwaadspreken van iem.; zich afgeven met zich inlaten met; de bal afgeven sport naar een medespeler spelen; 2 Zuid-Nederlands opgeven, capituleren: de wielrenner wilde niet afgeven |
| afgeven: | aangeven, afdragen, afstaan, afleveren, afstaan, geven, inleveren, leveren, opgeven, overgeven, overhandigen, overmaken capituleren deponeren, neerleggen vlekken |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.