| aflopen: | ` af - lo - pen (liep af, 1, 4, 5 overgankelijk h., 2, 3 onovergankelijk is afgelopen) 1 weg, naar toe, ten einde, naar beneden lopen;stad en land aflopen overal bezoeken afleggen; Zuid-Nederlands : komen aflopen komen aanlopen; 2 eindigen: het is afgelopen ;3 bellen (van een wekker);4 door lopen slijten: zijn hakken aflopen ;5 Zuid-Nederlands (een lijst) doornemen, doorlopen |
| aflopen: | eindigen, uitpakken aandoen, afreizen, bereizen verlopen, verstrijken, vervallen doornemen, doorkruisen, doorlopen druipen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.