| afslaan: | ` af - slaan (sloeg af, 1, 2, 3, 6 overgankelijk h., 4, 5 onovergankelijk is afgeslagen) 1 wegslaan; terugslaan: de aanval afslaan ;2 weigeren: een aanbod afslaan ;3 in prijs verminderen;4 van richting veranderen;5 plotseling ophouden te werken 6 Zuid-Nederlands afranselen |
| afslaan: | bij bananeplanten het ' vellen' van de bovengrondse delen, zijnde de bladeren, waarvan de gezamenlijke bladscheden tot een zgn. schijnstam ineengerold zijn; deze bladeren sterven na de oogsttijd af |
| afslaan: | afwenden, afweren, afwijzen, ontzeggen, verwerpen, weigeren afhouwen, afhakken, afknippen, kloven afkloppen afbuigen, draaien |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.