| al: | I telwoord het geheel, alles, iedereen betreffend: in alle geval ; allen zijn gered (van mensen); alle zijn geteld (van dieren en zaken); II het -woord alles; al met al alles overwogen hebbend; de wereld, het heelal ; III bijwoord reeds: hij is er al ; wel: dat is al heel erg ; al of niet leuk ; helemaal: geheel en al ; steeds opnieuw: al maar ; bijwoord van graad : al te goed ; IV voegwoord ofschoon AL Al symbool voor het chemisch element aluminium |
| al: | Arabisch bep. lidwoord: de, het |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.