| alarm: | [aa` larm] («Frans«Italiaans) I tussenwerpsel te wapen!, er is gevaar!; II het -woord 1 kreet of signaal om een dreigende aanval of noodtoestand te melden: alarm geven, blazen ;stil alarm noodsein waarvan het signaal onhoorbaar is voor inbrekers, overvallers e.d.; 2 toestand van dreigend gevaar of nood: bij alarm ; vgl : luchtalarm ;3 opschudding |
| alarm: | 1)Toestel dat hoorbare-tevens al dan niet zichtbare-signalen uitzendt bij gevaarlijke of buitengewone situaties, waardoor men gewaarschuwd wordt veiligheidsmaatregelen te treffen; 2)Geheel van maatregelen om mensen te laten reageren op een waarschuwingssignaal; 3)Bang voorgevoel van gevaar |
| alarm: | noodsein, noodsignaal opschudding |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.