| alleen: | al` leen I bijvoeglijk naamwoord zonder anderen, zonder iets anders; II bijwoord slechts; niet alleen...., maar ook.. . |
| alleen: | 1 zonder gezelschap
2 zonder hulp of medewerking |
| alleen: | allenig, eniglijk, solo, afzonderlijk, eendelijk, enig, enkel eenzaam, verlaten slechts, uitsluitend maar |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.