| amandel: | aman - del [aa` man-] («Latijn«Grieks) de -woord amandels, amandelen 1 tot de rozenfamilie behorende boom of heester met eetbare noten (Prunus amygdalus of Amygdalus communis );2 noot en het zich daarin bevindend zaad van de amandelboom;3 amandelvormige klier in de overgang tussen neus- en keelholte |
| amandel: | deze flavour kan voorkomen op twee verschillende manieren: de ene is typisch voor de verse amandel, de ander voor de gedroogde amandel van gezonde kwaliteit, en kan worden verward met een begin van ranzigheid. Er wordt een specifieke nasmaak waargenomen wanneer de olie in contact blijft met de tong en het gehemelte. Deze flavour komt voor bij zachte olijfolie waarvan de geur vervaagd is |
| amandel: | harde, zaadbevattende pit in de vrucht van Amygdalus communis |
| amandel: | kleine ovale massa lymfatisch weefsel aan weerszijden in de keel, gelegen tussen de arcus glossopalatinus en de arcus pharyngopalatinus, bestaande uit lymffollikels en bindweefsel en bedekt met slijmvlies, waarin talloze ophopingen en crypten voorkomen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.