| april: | [aa` pril] («Latijn) de -woord (mannelijk) vierde maand van het jaar, grasmaand; april doet wat hij wil in april is het weer zeer veranderlijk; op de eerste april verloor Alva zijn bril spreuk ter herinnering aan de inneming van Den Briel door de watergeuzen op 1 april 1572 |
| april: | 4e maand van het jaar. |
| april: | grasmaand |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.