| arm: | de -woord (mannelijk) armen 1 elk van de bovenste ledematen van de mens, ook van apen;een slag om de arm houden de mogelijkheid tot terugtrekken of veranderen openhouden; iem. in de arm nemen iemand om raad, hulp vragen; met open armen ontvangen hartelijk verwelkomen, figuurlijk gunstig reageren op; met de sterke arm met ingrijpen van politie of militaire macht; een lange arm hebben verreikende macht hebben; de armen slap laten hangen door moedeloosheid niets meer verrichten; zich in de armen werpen van bescherming zoeken bij of zich overgeven aan: hij wierp zich in de armen van het fascisme ; zie ook bij Morpheus en ziel ; 2 gedeelte dat uitsteekt: de armen van een anker, een lamp ; (van een platenspeler) uitstekend en beweegbaar gedeelte naast de draaitafel, met behulp waarvan de naald contact maakt met de grammofoonplaat;3 armleuning: de armen van een stoel ;4 vertakking van een rivier: de IJssel is een arm van de Rijn ;5 zoveel als één arm kan omvatten: een arm stro2 armbijvoeglijk naamwoord en bijwoord weinig bezittend: arm aan grondstoffen ; beklagenswaardig: arme kerel ; zie bij kerkrat , 1 mier ; vgl : arme |
| arm: | 1 Elk van de bovenste ledematen bij de mens, reikend vanaf de schouder tot (en soms met) de pols en hand.
2 Een (min of meer zelfstandig) onderdeel van een organisatie.
3 Weinig (geld) hebbend.
4 Leuning van een zitmeubel, bedoeld om de arm op te laten rusten. |
| arm: | Aan een einde ondersteunde balk of constructie |
| arm: | bewegend deel van een industriële robot met een zeker hefvermogen, een bepaalde reikwijdte en een grote wendbaarheid en flexibiliteit, welk deel de gereedschappen hanteert die voor de uitvoering van de geautomatiseerde werkzaamheden nodig zijn |
| arm: | vlerk misdeeld, noodlijdend, behoeftig, kaal deerniswekkend, beklagenswaardig, zielig vleugel, zijtak armleuning |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.