| autonomie: | au - to - no` mie [autoo-, ootoo-] («Grieks) de -woord (vrouwelijk) 1 volkenrecht bevoegdheid om binnenlandse aangelegenheden zelf te regelen, terwijl buitenlandse zaken aan een andere staat worden overgelaten, zelfbestuur: autonomie verlenen aan een kolonie ;2 staatsrecht bevoegdheid van lagere rechtsgemeenschappen voorschriften te geven in eigen aangelegenheden, zelfbestuur |
| autonomie: | de onafhankelijkheid van een orgaan |
| autonomie: | zelfbestuur |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.