Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


bel:de -woord
bellen

1
klok- of halvebolvormig metalen voorwerp dat een helder geluid geeft als er een klepel of hamer tegen slaat: de bel gaat ; ik heb een bel op mijn fiets ; ook knopje, koord e.d. waarmee men de bel in werking stelt: op de bel drukken ;
aan de bel trekken bij iem.
figuurlijk een klacht of een wens kenbaar maken bij iem.;
belletje trekken
aanbellen en vervolgens hard weglopen (als kwajongensstreek);
een belletje geven
opbellen, telefoneren

2
oorbel;

3
luchtblaas in water;
bellen blazen
een pijp of ringvormig voorwerp in zeepsop dopen en er vervolgens in blazen, waardoor er doorzichtige bollen ontstaan die zweven;

4
grote hoeveelheid gas in de bodem: de gasbel bij Slochteren ;

5
groot glas: ik krijg deze bel vruchtensap niet op ; zie ook bij toeter

2
bel
de -woord (mannelijk)
eervoud idem
eenheid van geluidsintensiteit, veelal verdeeld in decibel , genoemd naar de Amerikaanse natuurkundige Alexander Graham Bell (1847-1922), de uitvinder van de telefoon
bel:in connectionistische zin wordt met kluster een verzameling bij elkaar gelegen neuronen bedoeld die tegelijkertijd actief zijn en daardoor als het ware gekarakteriseerd worden door een belvormig activatiepatroon
bel:transmissie-eenheden, die in principe gebruikt worden om de verhouding van twee vermogens uit te drukken; het aantal bels is gelijk aan de brigglogaritme van deze verhouding; de decibel komt overeen met het tiende gedeelte van de bel
bel:zoemer

klok, klokje, schel


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.