| belasting: | be` las - ting de -woord (vrouwelijk) belastingen 1 verplichte geldelijke bijdrage aan de overheid waartegenover geen bepaalde tegenprestatie wordt geleverd: belasting heffen over iets ; belasting innen van iem. ; zie ook direct , indirect ;2 het leggen van een last op iets; deze last zelve: dit gewelf vormt een enorme belasting voor de pilaren ; ook figuurlijk : het ouderschap is een zware belasting voor haar ;3 erfelijke belasting het door overerving belast zijn met bep. gebreken |
| belasting: | begrip dat aangeeft de toestand van een organisme dat door bijzondere lichamelijke of psychische krachtsinspanning uit het homoiostatische evenwicht is geraakt en waarbij het lichaam met cortinen wordt overstroomd |
| belasting: | verplichte overdrachten van individuen aan de overheid; term waarmee men in het algemeen de gelden aanduidt die de overheid krachtens haar gegeven bevoegdheden kan vorderen zonder dat daartegenover aan de belastingbetaler een of meer bepaalde tegenprestaties worden geleverd(. |
| belasting: | waarde, op een gegeven ogenblik, van het op een willekeurig punt van het net afgenomen of geleverde vermogen, in kW, te bepalen door momentele meting of door integratie van het vermogen in een bepaald tijdsverloop |
| belasting: | accijns, brandschatting, census, recognitie, aanslag, cijns, heffing, taks |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.