| boos: | bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 kwaad: een boze buurman ; boos zijn op iem ;2 slecht, kwaadaardig, verdorven: een boos karakter hebben ; geloven in boze geesten ; het is boos weer ; zie ook bij 3 bar (bet 3) en oog ; zie ook boze |
| boos: | kwaad |
| boos: | gebeten, grammoedig, gramstorig, vergramd, verstoord, giftig, grimmig, kwaad, nijdig, prikkelbaar, vertoornd verdorven, boosaardig, kwaadaardig, slecht |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.