| broeder: | ` broe - der de -woord (mannelijk) broeders, deftig broederen 1 = broer ; 2 kameraad, iem. jegens wie men vriendschappelijke gevoelens koestert;ben ik mijn broeders hoeder? ben ik verplicht mijn medemens te beschermen? (naar de uitroep van Kaïn in Genesis 4: 9); 3 kloosterling die de priesterwijding niet ontvangt;4 mannelijke verpleegkundige;5 geloofsgenoot;een zwakke broeder iem. die niet sterk is in zijn overtuiging; bij uitbreiding iem. die moeilijk mee kan komen; 6 aanspreektitel onder vrijmetselaars;7 laagste rang in sommige ridderorden;8 meelgerecht met krenten, rozijnen en sukade; zie ook bij Jonathan |
| broeder: | vriend, broer |
| broeder: | broer ziekenoppasser, ziekenverpleger frater, geloofsgenoot kameraad |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.