| effectief: | ef - fec` tief («Frans«Latijn) I bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 werkelijk, wezenlijk;2 handel waarbij de goederen werkelijk door de verkoper geleverd en door de koper ontvangen worden;3 effectieve paardenkracht(epk) aantal paardenkrachten afgegeven door de as van een machine; 4 effectieve waardea) handel markt- of koerswaarde; b) wiskunde wortel uit het gemiddelde van het kwadraat van een periodieke grootheid; 5 doeltreffend: een effectieve maatregel ;6 Zuid-Nederlands , effectief worden in werking treden, tot stand komen; 7 Zuid-Nederlands :effectief kandidaat (bij parlementsverkiezingen) iem. die als kandidaat op de voordracht staat; II het -woord effectieven 1 werkelijk aanwezige hoeveelheid (geld);2 militaire term werkelijke sterkte van een leger; Zuid-Nederlands personeelsbezetting; formatie; III de -woord (mannelijk) effectieven Zuid-Nederlands 1 effectief kamerlid, zie bij I, bet 7;2 sport geselecteerde;de effectieven de selectie van het eerste elftal |
| effectief: | doeltreffend |
| effectief: | doeltreffend onvoorwaardelijk, werkelijk, wezenlijk |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.