Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


haar:
1
het -woord het totaal van de fijne, buigzame vezels die groeien op de huid van mensen en vele dieren;

2
de -woord haren elk van deze vezels;
geen haar
niets, in `t geheel niet;
op een haar
tot in de bijzonderheden;
geen haar krenken
ongedeerd laten;
elkaar in het haar vliegen
aan het vechten of twisten gaan;
elkaar in het haar zitten
ruzie maken, twisten;
met de haren erbij slepen
erbij te pas brengen met geweld, zonder dat het er iets mee te maken heeft of erbij hoort;
de wilde haren verliezen
bij het ouder worden bedaarder en degelijker worden;
ergens grijze haren van krijgen
ergens veel zorgen om hebben;
geen haar op mijn hoofd (Zuid-Nederlands : vel) die daaraan denkt
ik ben dit beslist niet van plan;
ik ben me daar een haartje betoeterd, bedonderd!
ik ben niet gek!, dat doe ik niet!, ik denk er niet aan!;
iem. tegen de haren in strijken
dingen doen of zeggen die iem. niet leuk vindt;
geen haar beter, slechter zijn
totaal niet;
het scheelde een haar of haartje
uiterst weinig;
als je haar maar goed zit
wat doet het er toe, het is allemaal maar bijzaak;
Zuid-Nederlands :
met, bij zijn haar (de haren) getrokken, gesleurd
ver gezocht, met de haren erbij gesleept;
Zuid-Nederlands :
geen haar op zijn kop dat deugt
er deugt niets aan hem;
Zuid-Nederlands :
(zij spreekt) Frans, Engels met haar op
slecht, stuntelig Frans, Engels;
Zuid-Nederlands :
(rood worden) tot in het haar
(blozen) tot over de oren;
Zuid-Nederlands :
iem. van haar noch pluim kennen
helemaal niet;
Zuid-Nederlands :
met haar en pluim opeten
met huid en haar; zie ook bij
1 berg , gekruld , hand , snaar , spijt en tand

2
haar
I

persoonlijk voornaamwoord

derde persoon enk vrouwelijk, niet-onderwerpsvorm : ik heb haar een brief geschreven ; ik heb haar gisteren nog gezien ; plechtig ook voor het meervoud: voor haar die vielen in de strijd ;
II

bezittelijk voornaamwoord
derde persoon enk vrouwelijk : dat is haar fiets ; plechtig ook voor het meervoud: zij hebben haar verlangens kenbaar gemaakt

3
haar
bijwoord :
hot en haar
zie bij 1 hot
haar:de algemene of plaatselijke beharing
haar:heur


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.