| hard: | bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 moeilijk buigbaar, breekbaar of anderszins uit vorm te krijgen: zo hard als staal ; een harde borstel ;harde schijf computerterm opslagmedium voor gegevens, bestaande uit een schijf van hard materiaal (bijv. aluminium of keramiek) waarop een magneetfilm is aangebracht, harddisk; 2 figuurlijk (van mensen) streng, onbuigzaam: een harde leermeester ;3 luid: harde muziek ;4 krachtig, fel: harde actie voeren ; harde strijd leveren ;hard tegen hard fel tegenover elkaar; 5 snel: hard naar huis rennen ; een hard schot op het doel ;6 smartelijk: een hard lot ;7 onomstotelijk, vaststaand: de harde waarheid ; harde afspraken maken ;8 hevig: een harde storm, harde regen ;9 in hoge mate: iets hard nodig hebben ; zie ook bij dobber , 2 gelag , hoofd , valuta en water2 hard[hà(r)d] (Engels) bijvoeglijk naamwoord heftig, krachtig; zie bij hardcore , harddrug , hardporno en hardrock |
| hard: | met een groot doordringingsvermogen |
| hard: | ijzersterk, onzacht, onbuigzaam, rigide, scherp, sterk, stevig, stokkerig, vast bar, flink, hevig, krachtig, zeer luid, schel hardvochtig, onbewogen, ongevoelig, onverbiddelijk, ruw, smartelijk, Spartaans, streng, wreed snel, vlug |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.