| heilig: | ` hei - lig bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 volmaakt, zonder zonde;de Heilige Geest zie bij drie-eenheid ; 2 gewijd, verheven, van bijzondere religieuze betekenis:het Heilige Land Palestina; de Heilige Schrift de Bijbel; de Heilige Stad benaming van sommige steden die in bepaalde godsdiensten een bijzondere rol vervullen zoals Jeruzalem, Mekka en Varanasi (Benares); de Heilige Stoel de gezamenlijke pauselijke ambten, de paus; de Heilige Vader de Paus; de heilige oorlog college ; 3 heilig verklaard: de Heilige Augustinus ;4 godvruchtig, innig gelovig: een heilig leven leiden ; schertsend braaf;5 ernstig, onkreukbaar, onverbreekbaar: een heilige overtuiging, een heilig recht, een heilig voornemen ;het heilige vuur ontbreekt de inspiratie, overtuiging; is er dan niets heilig!? heeft men dan nergens respect voor!?; hij is nog heilig vergeleken bij... hij valt nog mee (wat betreft slechtheid van karakter, gedrag e.d.) in vergelijking met ...; zie ook bij boon , familie , huisje , koe |
| heilig: | Door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt. |
| heilig: | hiëratisch, verboden, priesterlijk, sacraal, sanctus, gewijd, verheven, volmaakt taboe, onaantastbaar godvruchtig, braaf onverbreekbaar, ernstig, onkreukbaar, onverbreekbaar |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.