| jaar: | het -woord jaren 1 omlooptijd van de aarde om de zon; 365 dagen, om de vier jaar 366 dagen (schrikkeljaar); het burgerlijk jaar van 1 jan. tot 31 dec.; het kerkelijk jaar beginnende met de eerste zondag van de advent; het jaar onzes Heren na de geboorte van Christus; het jaar der wereld na de schepping; jaar en dag lange tijd; jaar in, jaar uit een reeks van jaren achtereen, onafgebroken; van het jaar nul a) zeer ouderwets; b) van geen waarde, onbruikbaar, ondegelijk; 2 levensjaar;op jaren komen (zijn) al tamelijk oud worden (zijn); op jaren stellen (bij een tot levenslang veroordeelde) de straf verkorten tot een bepaald aantal jaren; de jaren des onderscheids de leeftijd waarop men zijn volle verstand en verantwoordelijkheidsgevoel heeft; haar jonge jaren de jaren dat ze jong was; zie ook bij bloei ; 3 studiejaar: een student van het tweede jaar ; al de studenten die in hetzelfde jaar hun studie zijn begonnen: enige studenten van mijn jaar bekleden nu belangrijke posities in de maatschappij |
| jaar: | Het jaar is een tijdsperiode die verbonden is met de beweging van de Aarde rond de Zon.
|
| jaar: | jaarkring, zomer levensjaar studiejaar |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.