| jacht: | het -woord jachten vaartuig, vooral snelvarend klein pleziervaartuig 2 jachtde -woord 1 het jagen, het jachtrecht, de jachttijd, het jachtterrein; hij was liefhebber van de jacht ; op jacht gaan ;jacht maken op trachten te vangen of te schieten, figuurlijk achternazitten, steeds trachten te verkrijgen of te vinden; 2 jachtbuit;3 sterk streven om iets te bereiken: jacht naar eer , jacht naar geld ;4 grote haast |
| jacht: | 1. jagen op wild
2. boot |
| jacht: | hetze jachtbuit |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.