| Jack: | [(d)zjek] (Engels) Jantje; boer in het kaartspel; Jack in the box duveltje in een doosje; Jack of all trades manusje van alles; Jack Pudding Jan Klaassen; Jack tar pekbroek, jantje (matroos) |
| jack: | [jek] (ĢEngels) de -woord (mannelijk) & het -woord jacks sportief, blousevormig jasje, ook voor slecht weer |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.