| kaal: | bijvoeglijk naamwoord en bijwoord onbehaard; met zeer kort haar; zonder veren of vacht; bladerloos, onbegroeid; zonder bedekking of versiering, ongezellig; armelijk, armoedig; een kale heer iem. die zich gedraagt als een welgestelde heer, maar in werkelijkheid niets bezit; hoe kaler, hoe royaler hoe armer men is, hoe meer men geneigd is zich rijk voor te doen; niets meer bezittend: volkomen kaal zijn ; zonder succes, teleurgesteld: er kaal afkomen ; kale huur prijs die men betaalt voor de bewoning van een kamer of huis minus de elektriciteits-, verwarmings- en servicekosten |
| kaal: | 1 Zonder of met heel weinig hoofdhaar.
2 Zonder iets erbij, dit product word kaal verkocht. |
| kaal: | onbegroeid, onbehaard, bloot, glad, naakt kaalhoofdig armelijk, shabby, arm, armoedig, armzalig, haveloos, schabberig, sjofel, versleten vlak leeg bladerloos ongezellig |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.