| kaart: | («Frans«Latijn) de -woord kaarten 1 bedrukt, beschreven of beschrijfbaar stuk karton; toegangsbewijs;kaartje naamkaartje of plaatsbewijs; groene kaart verkeer bewijs van verzekering bij het passeren van de grens; gele kaart voetbal kaart die een speler na een ernstige overtreding wordt getoond als officiële waarschuwing; rode kaart voetbal kaart die een speler na een zeer ernstige overtreding of na een tweede gele kaart wordt getoond, waarna deze speler het veld dient te verlaten; 2 speelkaart; spel kaarten (vooral in het meervoud );een kaartje leggen een spelletje kaarten; alles op één kaart zetten het welslagen laten afhangen van één kans; iem. in de kaart kijken iemands geheime bedoelingen leren kennen; zich (niet) in de kaart laten kijken zijn bedoelingen (niet) laten blijken; iem. de kaart leggen uit de kaarten de toekomst voorspellen; open kaart spelen zijn bedoelingen niet verbergen, eerlijk zijn; zijn kaarten op tafel leggen zijn bedoelingen kenbaar maken; in iems. kaart spelen of iem. in de kaart spelen iems. plannen bevorderen; de kaarten zijn geschud het lot is al bepaald, de situatie is duidelijk; zie ook bij haalbaar ; 3 aardrijkskundige tekening;de kaart van het land kennen goed op de hoogte zijn van personen en toestanden; in kaart brengen een kaart maken van; figuurlijk inventariseren; van de kaart tijdelijk of blijvend uitgeschakeld |
| kaart: | harsachtig isolerend materiaal met een standaard afmeting dat de basis vormt voor een printkaart |
| kaart: | plattegrond speelkaart toegangsbewijs |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.