| lijden: | 1 ` lij - denI (leed, h. geleden) smart, pijn, schade ondervinden: hij heeft veel geleden ; lijdende zijn een ziekte hebben; verdragen, verduren, dulden: iets niet kunnen lijden ; dat lijdt geen twijfel dat is ongetwijfeld waar; die zaak kan geen uitstel lijden er moet terstond gehandeld worden; het kan daar wel wat lijden er kan daar wel wat gemist worden; iemand niet mogen lijden iem. niet sympathiek vinden; lijdend voorwerp zindeel, dat aanduidt waarop de handeling gericht is, schertsend slachtoffer; de lijdende vorm zinvorm waarbij datgene waarop de handeling gericht is, onderwerp is en dat waarvan de handeling uitgaat, een bepaling, bijv. de hond wordt door de man geslagen ; de Lijdende Kerk rooms-katholiek de zielen in het vagevuur; zie ook bij twijfel ; II het -woord smart, pijnen; uit zijn lijden helpen, verlossen een mens of een dier doden om een pijnlijk en langdurig sterven te voorkomen 2 ` lij - den(leed, is geleden) voorbijgaan; het is vijf jaar geleden ; het leed niet lang of... duurde |
| lijden: | pijn hebben doorstaan, dulden, ondergaan, tolereren, uitstaan, verdragen, verduren pijn, smart |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.