| luisteren: | ` luis - te - ren (luisterde, h. geluisterd) 1 aandachtig toehoren: de zaal luisterde ademloos naar de redevoering ;het oor te luisteren leggen trachten iets te weten te komen zonder er direct naar te vragen; 2 heimelijk trachten iets te horen: hij stond aan de deur te luisteren ;wie luistert aan de wand, hoort zijn eigen schand hij hoort wat er over hemzelf voor kwaads wordt verteld; 3 aandacht schenken aan: je moet niet naar het gezwets van die man luisteren ;naar zijn naam luisteren deze kat luistert naar de naam Sauron deze kat heet Sauron; 4 gehoorzamen: die dochter van mij heeft nooit willen luisteren ;naar rede luisteren ontvankelijk zijn voor redelijke argumenten; 5 dat luistert nauwdat komt er zeer op aan, dat vereist een hoge graad van nauwkeurigheid |
| luisteren: | Gericht waarnemen met het oor. |
| luisteren: | gehoorzamen |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.