| maan: | de -woord manen hemellichaam dat om een planeet cirkelt, vooral dat om de aarde cirkelt: nieuwe, wassende, volle, afnemende maan ; naar de maan weg, kwijt; loop naar de maan! loop heen!; tegen de maan blaffen machteloos protesteren of dreigen; de maan schijnt door de bomen schertsend gezegd van iem. die kaalhoofdig begint te worden; zie ook maantje |
| maan: | 1 De natuurlijke satelliet, die in een baan rond de aarde draait.
2 Een satelliet die in een baan rond een planeet draait. |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.