Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


maar:(«Duits)
de -woord
maren ,
` ma - re
de -woord
maren
tijding

2
maar
I

bijwoord


1
slechts, niet meer dan: ze is maar 1,45 m lang ;

2
voortdurend, steeds: hij liep maar door ;

3
toch: was hij maar hier! ;

4
alleen maar
uitsluitend;
Zuid-Nederlands niet eerder dan, pas: we leren onze gezondheid maar waarderen, als we ziek zijn ;
II

voegwoord
doch, echter, evenwel: we wilden wel, maar we konden niet ;
III

het -woord
maren
bezwaar, bedenking
maar:tegenwerping
maar:mare, tijding

slechts, pas

steeds, voortdurend

toch

doch, echter, edoch, evenwel

bedenking, bezwaar


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.