| naam: | de -woord (mannelijk) namen 1 vast woord waarmee iem. of iets wordt aangeduid;in naam naar de uiterlijke schijn; in naam van op gezag van, krachtens; op naam de naam van de houder dragend; uit naam van vanwege, in opdracht van; bij name noemen met de naam; met name genaamd; met de naam genoemd; ook in het bijzonder, voornamelijk; ten name van iem. op naam van iem. als houder; het mag geen naam hebben het heeft niets te betekenen; de dingen bij de (hun) naam noemen rechtuit zeggen waar het op staat, de zaak niet verbloemen; Zuid-Nederlands : dat heeft geen naam het is ongehoord, schandalig, schandelijk; daar zijn geen woorden voor; 2 bekendheid, faam;een goede of kwade naam hebben goed of kwaad bekendstaan; te goeder naam en faam bekend staan de algemene achting genieten; naam maken bekendheid verwerven; iem. van naam van algemene bekendheid; zie ook bij aandeel (bet 3) , eer en wet |
| naam: | in de context van directories, aanduiding van entries of delen daarvan |
| naam: | teken of groep van tekens gebruikt om een gegevenselement te identificeren of te benoemen en eventueel om bepaalde eigenschappen van dat gegeven aan te duiden |
| naam: | benaming, denominatie faam, bekendheid, eer, renommee, roep etiket |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.