| onder: | ` on - der bijwoord en voorzetsel 1 beneden: onder een afdak staan ;onder zich hebben (houden) a) ten onder brengen onderwerpen, ten onder doen gaan; ten onder gaan te gronde gaan; Zuid-Nederlands : zich (ten) onder geven informeel zich gewonnen geven, zich onderwerpen; toegeven, opgeven; 2 tussen: onder de mensen ;onder andere(n), onder meer met nog andere(n); 3 tijdens: onder de les ; in Zuid-Nederlands vaker voorkomend:onder de middag `s middags; 4 Zuid-Nederlands :onder dat opzicht, oogpunt e.d. in dat opzicht, vanuit dat oogpunt; Zuid-Nederlands : onder vorm van in de vorm; Zuid-Nederlands : onder zijn vieren, onder ons vieren met zijn vieren, met ons vieren |
| onder: | inter, sub, beneden te midden van, tussen gedurende, tijdens |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.