| onnozel: | on` no - zel bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 vooral Zuid-Nederlands onschuldig; onervaren; Zuid-Nederlands :ergens onnozel van worden ergens gek, kinds van worden; 2 kinderachtig-dom;3 van geen betekenis, onbeduidend;4 Zuid-Nederlands doodgewoon; onverwacht: we kwamen op een onnozel ogenblik binnen |
| onnozel: | bête, halfzacht, lichtgelovig, nes, schaapachtig, schlemielig, simpel, sullig, argeloos, dom, imbeciel, kinderachtig, naïef, suf onervaren, onschuldig onbeduidend doodgewoon, onverwacht |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.