Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


oog:het -woord
ogen

1
gezichtsorgaan;
blauw oog
blauwe rand of vlekken om het oog door een kwetsuur;
met het blote oog
zie bij bloot ;
met het oog op
rekening houdend met;
onder vier ogen
tussen twee personen zonder dat er anderen bij zijn;
(zo) op het oog
op het eerste gezicht, naar de indruk bij het zien;
oog om oog, tand om tand
vergelding in verhouding tot het bedreven kwaad (naar Exodus 21 : 24);
uit het oog, uit het hart
weg en daardoor uit de gedachte, gezegd van oppervlakkige vriendschap of liefde;
voor het oog van de wereld
tegenover de mensen;
iets met lede ogen aanzien
zie bij leed (bet 2) ;
een open oog hebben voor
van belang achten;
iemand iets onder het oog (of de ogen) brengen
zijn aandacht erop vestigen, het hem duidelijk maken;
een oog (of oogje) dichtdoen
niet te nauw kijken, niet te streng oordelen;
zijn ogen laten gaan over iets
iets controlerend nagaan;
zijn ogen niet durven (of kunnen) geloven
zeer verwonderd zijn over iets, omdat men het onmogelijk achtte;
iem. oogjes geven
a) eigenlijk iem. knipoogjes geven; b) figuurlijk met iem. in vriendschappelijke verstandhouding zijn of trachten te komen;
zijn ogen de kost geven
goed rondkijken;
het heeft zo geen oog
ziet er niet zo aantrekkelijk uit;
op het oog hebben
beogen of bedoelen, menen;
ogen van achteren en van voren hebben
alles opmerken, zich niets laten ontgaan;
het oog (een oogje) op iemand hebben
bijzondere aandacht aan iemand schenken, iemand aardig vinden;
iets op het oog hebben
a) naar iets uitkijken, het willen hebben; b) het bedoelen;
niet veel oog op iets hebben
er niet veel kijk op hebben;
geen oog voor iets hebben
het mooie of waardevolle er niet van zien;
zijn ogen in de zak hebben
niets bemerken;
in het oog houden
er voortdurend op letten, er steeds rekening mee houden;
het oog op iets houden
erop letten;
een oogje in `t zeil houden
zo nu en dan eens letten op iets;
iemand onder de ogen komen
in iemands tegenwoordigheid komen;
in het oog krijgen
(na enig rondkijken) zien;
in het oog lopen of springen
sterk de aandacht trekken;
iemand de ogen openen voor iets
iets onder iemands aandacht brengen, waarvan hij het bestaan nooit vermoedde;
grote ogen opzetten
zeer verbaasd kijken;
zich de ogen uit het hoofd schamen
zich zichtbaar schamen;
de ogen sluiten
figuurlijk sterven;
zijn ogen voor iets sluiten
zie bij sluiten ;
duidelijk voor ogen staan
als heldere voorstelling of levendige herinnering voor de geest staan;
zich iets voor ogen stellen
het goed tot zich laten doordringen;
in het oog vallen
de aandacht trekken;
het oog op iemand laten vallen
overwegen om iem. tot een ambt te benoemen, een bepaalde taak op te dragen enz.;
uit het oog verliezen
a) niet meer zien; b) figuurlijk aan zijn aandacht laten ontsnappen;
iets onder (Zuid-Nederlands : voor) ogen zien
zich de ernst ervan duidelijk bewust zijn;
niemand naar de ogen behoeven te zien
zich aan niemand behoeven te storen;
iemand naar de ogen zien
steeds iemands wensen trachten te raden om daaraan te voldoen;
zijn ogen zijn (of: zijn oog is) groter dan zijn maag
hij heeft meer genomen dan hij op kan eten;
het boze oog
(in het volksgeloof van het Middellandse-Zeegebied) ziekte of kwaad veroorzakend oog van bep. personen;
in mijn ogen
volgens mij, mijns inziens;
ogen te kort komen
vele en opwindende dingen zien;
Zuid-Nederlands :
dat kost me de ogen uit de kop
een boel geld, handen vol;
Zuid-Nederlands :
iets onder ogen nemen
onder ogen zien;
Zuid-Nederlands :
een scheel oog op iem. trekken
iem. met (schele ogen van) nijd of afgunst aanzien;
Zuid-Nederlands :
een oogje trekken
knipogen;
Zuid-Nederlands :
ogen trekken of zijn ogen opentrekken
grote ogen opzetten;
Zuid-Nederlands :
Onze-Lieve-Heer zijn ogen uitsteken
zonder reden klagen;
Zuid-Nederlands :
met geen ogen te zien zijn
helemaal niet te zien zijn; zie ook bij
doorn , meester , rad , splinter , uitsteken , zand ;

2
ronde opening in een naald, schaar enz.; zie ook bij naald ;

3
opening waarin een haak past;
haken en ogen
figuurlijk geharrewar, moeilijkheden, gevoeligheden die men moet ontzien;

4
stip; ronde figuur op pauwenveren enz.;

5
vetbolletje;

6
knop;

7
Zuid-Nederlands uiterlijk, voorkomen: ga nooit alleen maar op het oog af ;
dat gebouw heeft geen oog
ziet er niet uit, oogt niet;

8
onbezet punt in het go-spel binnen iems. gebied
oog:zintuig waarmee je ziet
oog:Beslag op het roerblad, waarin het roer wordt opgehangen
oog:boveneinde van een haak, ter bevestiging van de lijn
oog:Metalen, vaak dubbele, ring waarmee men in een zeil of dekkleed een versterking van een gat maakt, waar een touw door moet
oog:onderdeel van bepaalde naalden
oog:oog dat past in een speciale stopper en dat het doorvoeren van kabels en kabelverbindingen mogelijk maakt, zodat ontkoppelen niet nodig is
oog:stip

pit

kiem, knop, vruchtknop

vetbolletje

voorkomen, uiterlijk


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.