| paard: | het -woord paarden 1 viervoetig zoogdier, veel als trek- en rijdier gebruikt (Equus caballus );het Trojaanse paard binnenhalen zonder het te merken zelf de vijand of het gevaar binnenhalen; een oud paard van stal halen iets ten beste geven dat men al eens heeft laten horen; honger hebben als een paard geweldige honger hebben; iemand te paard helpen iemand gelegenheid geven vooruit te komen; het hinkende paard komt achteraan de zorg, de last komt later; het oog van de meester maakt het paard vet zie bij meester ; de paarden of het paard achter de wagen spannen maatregelen nemen die het beoogde doel juist doen missen; het beste paard struikelt wel eens iedereen kan wel eens een fout maken; het beste paard van stal figuurlijk de belangrijkste persoon, degene die de meeste aandacht verdient; iem. over het paard tillen iem. te veel prijzen of eren, zodat hij verwaand wordt; een gegeven paard moet men niet in de bek zien een geschenk mag niet gekritiseerd worden; op zijn paardje zijn opgewonden uitvallen over iets; hoog te paard zitten zich sterk doen gelden, veeleisend zijn; een woning (kamer) waar een blind paard geen schade kan aanrichten een nauwelijks of zeer armoedig ingerichte woning (kamer); werken als een paard zeer hard werken; zo sterk als een paard zeer sterk; Zuid-Nederlands : zo dom als het paard van Christus zeer dom; Zuid-Nederlands : daar ligt het paard gebonden daar zit het hem, daar zit hem de fout; zie ook bij haver en man ; 2 voorwerp met de vorm van een paard: het paard van een schaakspel ;3 gymnastiektoestel op vier poten;4 stoel voor leidekkers, die met een haak op het dak wordt vastgemaakt |
| paard: | Gedomesticeerd hoefdier dat als rijdier en als trekdier gebruikt wordt, Equus caballus. |
| paard: | knol, ros |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.