| precies: | pre` cies («Frans) bijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 nauwkeurig, stipt; nauwgezet; historisch : de preciezen de strenge calvinisten; tegengest : rekkelijken ; zie ook bij Pietje Precies ;2 geheel en al: zij is precies haar moeder ;3 Zuid-Nederlands blijkbaar, kennelijk, als `t ware;Jantje is precies ziek Jantje lijkt wel ziek; 4 Zuid-Nederlands vooral, bepaaldelijk, met name;precies omdat juist omdat |
| precies: | nauwgezet, nauwkeurig, pront, stipt blijkbaar, kennelijk bepaaldelijk, juist, met name, vooral op de kop af, uitgerekend vlak krek, net, recht |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.