| privacy: | pri - va - cy [` praiv ` sie] (Engels) de -woord (vrouwelijk) vrijheid, ongestoordheid in de huiselijke kring, in het private leven; afscherming tegen onbevoegde inmenging in iemands zaken |
| privacy: | Persoonlijke vrijheid, het ongehinderd alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan. |
| privacy: | aanspraak van individuen of groepen of instellingen zelf uit te maken wanneer, hoe en tot welke hoogte informatie over hen wordt medegedeeld aan anderen |
| privacy: | beslotenheid, intimiteit, vrijheid |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.