| schakel: | ` scha - kel de -woord schakels 1 elk der in elkaar grijpende kettingringen; figuurlijk band, verbindingsstuk;een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel als een onderdeel van een geheel zwak is, is dat geheel net zo zwak; 2 soort visnet waarmee men een gedeelte van smalle wateren afzet |
| schakel: | Elk der in elkaar grijpende delen van een ketting. |
| schakel: | staand vistuig bestaande uit drie achter elkaar hangende netten, waarvan de twee buitenste (laddernetten) wijdmazig, en het binnennet fijnmazig en loshangend; de vis zwemt door het eerste laddernet, stuit tegen het binnennet en duwt dit door het tweede laddernet, waardoor een zak gevormd wordt door een deel van het binnennet |
| schakel: | band, malie, schalm, verbindingsstuk, link, ring, verbinding |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.