| stel: | I het -woord stellen 1 bijeenhorende personen of voorwerpen; een verloofd (gehuwd) stel ; een stel pannen ;2 kooktoestel: de fluitketel staat op het stel ;II de -woord (mannelijk) stand, orde; op stel in orde, op streek; op stel en sprong onmiddellijk |
| stel: | bij gebruik van ponskaarten, een verzameling ponskaarten met gegevens voor een bepaalde gang(1); pakket of stapel geponste kaarten(2) |
| stel: | batterij, set, groep, reeks, serie, troep paar, koppel kooktoestel stand, orde |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.