| streng: | 1 de -woordstrengen ineengewonden of ineengesloten bundel, vooral van garen of touw; Zuid-Nederlands : zijn streng trekken zijn deel van het werk verrichten; zijn best doen; Zuid-Nederlands : geen streng lossen volhouden; Zuid-Nederlands : aan één streng trekken samenspannen; Zuid-Nederlands : iem. in de strengen zetten hard doen werken 2 strengbijvoeglijk naamwoord en bijwoord 1 geen enkele onrechtmatigheid toestaand; hard: strenge vorst ; een strenge winter ;2 strikt, stipt: de voorschriften streng naleven |
| streng: | een uit een aantal garens samengedraaide bundel touwwerk waaruit een lijn of tros wordt geslagen |
| streng: | gestreng, overtuigd, strengelijk, strikt, kras, rigide, scherp, stellig, stipt, straf, strak, strikt, traditioneel bar, bars, gevoelloos, hard, hardvochtig, meedogenloos, onverbiddelijk touwtje, vlecht, band, draad, koord, pees, reep |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.